Haai in Holland - over trainingen voor aio's

Cursus helpt aio’s om op de universiteit te overleven

Tekst: Martine Postma

“Ik ben een haai”, bekent Radek Szklarczyk. In overlegsituaties gaat hij recht op zijn doel af. Hij is duidelijk, maar houdt niet altijd rekening met de gevoelens van anderen en dat kan nog wel eens tot conflicten leiden. Szklarczyk weet dat het slecht is om een haai te zijn, maar ja, wat doet hij eraan?
Het is halverwege de dinsdagochtend als de Poolse bioinformaticus, die aio is bij Exacte Wetenschappen, zijn bekentenis doet. In een fraai gelegen conferentieoord in Bergen, waar het op deze januaridag heerlijk fris ruikt buiten, naar natte bladeren op de koude duingrond.
Is het slecht om een haai te zijn, in plaats van een uil, een teddybeer, een schildpad of een vos? Dat willen trainers Brigitte Hertz en Jeanine de Bruin toch even nuanceren. “Als ik zeg: ‘Jullie moeten over twee minuten hier zijn’, dan is dat een haai-strategie”, zegt De Bruin. “Ik krijg wat ik wil en jullie hebben niets in te brengen. Maar daarmee maak ik jullie toch niet ongelukkig? Het is alleen slecht als de haai je énige strategie is.”
Hertz en De Bruin hebben zich met veertien buitenlandse VU-aio’s teruggetrokken in de Noord-Hollandse duinen voor een cursus persoonlijke effectiviteit. Want daaraan valt bij beginnende onderzoekers vaak nog wel wat te verbeteren. De twee trainers hebben de cursus, die wordt betaald door de VU, al een aantal malen voor Nederlandse aio’s gegeven; dit is de eerste keer dat ze voor een groep buitenlandse PhD students staan. Wat aio’s moeten leren is eigenwijs worden, vertelt Hertz, die van huis uit psycholoog is, in de pauze. “Ze zijn over het algemeen net afgestudeerd en kijken erg tegen hun begeleider op. Want die heeft veel meer ervaring en wéét meer.

Maar tegelijkertijd word je als aio wel geacht om zelfstandig te werken. En zeker nu de termijn van vier jaar voor een proefschrift steeds strikter wordt gehandhaafd, is het verstandig om die omschakeling zo snel mogelijk te maken.” Daar moet de cursus bij helpen. In drie keer twee dagen worden de aio’s ingewijd in zaken als time management, het houden van overtuigende presentaties en het maken van een persoonlijk stappenplan om hun doelen te bereiken. Vanochtend gaat het over onderhandelen. Welke strategie hanteer je daarbij? En hoe sleep je er voor jezelf het maximale uit, terwijl ook de andere partij tevreden is met het resultaat? Oftewel: hoe bereik je de beroemde win-win-situatie?

“We moeten in elk geval zorgen dat we eerste auteur van het artikel worden”, pleit de Amerikaanse Melanie Riebeck. “Ik zou zeggen: anders doen we het niet.” Hertz heeft de cursisten in twee groepen verdeeld voor een rollenspel; de ene groep speelt een hoogleraar die zijn aio extra onderzoek wil laten uitvoeren, de andere speelt de aio die de voorwaarden waaronder hij toezegt, zo gunstig mogelijk moet maken. De groepjes bepalen onderling hun strategie, daarna komt van elke groep telkens één vertegenwoordiger naar voren om te onderhandelen. Dat blijkt heel leerzaam te zijn. “Niet te snel ter zake komen”, krijgt Arnaud Tchalikian na zijn optreden als hoogleraar te horen. De Franse vulkanoloog heeft zijn aio nog nauwelijks goedemorgen gezegd, of hij heeft het voorstel al op tafel geworpen. “Investeer eerst in de onderlinge relatie”, adviseren Hertz en De Bruin. “Vraag hoe het onderzoek vordert, of de aio het naar zijn zin heeft.” Ook de Franse geoloog Mélanie Morel krijgt op haar kop omdat ze de fictieve thee weigert, die haar Chinese aio aanbiedt. “Wat kan je gebeuren? Het is maar een kopje thee”, pleit De Bruin. En Melanie Riebeck slaat als aio zo voortvarend aan het onderhandelen, dat hoogleraar Didier Staudenmann er nauwelijks aan te pas komt. “Je kwam goed voor jezelf op”, constateren de trainers achteraf. “Maar geef de ander ook wat ruimte.”

Het is maar een spelletje. Toch denkt Hertz dat de aio’s iets van de training leren. “Er wordt iets op gang gebracht. Bij dit onderhandelingsspel worden mensen zich bewust van de verschillende stijlen die je in contacten met anderen kunt hanteren. Vaak herkennen ze die stijlen als ze later in een vergelijkbare situatie komen.” Ze merkt overigens wel verschil tussen de groep buitenlandse aio’s en de Nederlanders aan wie ze de cursus eerder gaf. De buitenlanders zijn iets zelfbewuster. “Zij hebben ook al een hele stap gezet door naar Amsterdam te komen; sommigen hebben al heel duidelijk voor de wetenschap gekozen. Bij Nederlandse aio’s is dat vaak veel minder het geval.” Ook de cursus zelf is ietsje anders, al zijn de aanpassingen miniem. “Zo hadden we op de eerste dag iemand uitgenodigd voor een lezing over de Nederlandse cultuur. En tijdens het laatste blok houden we een lunchwandeling door het centrum van Amsterdam, waarbij ik van alles over de stad vertel.”

Rollenspelen, persoonlijke ontwikkelingsplannen, gesprekstechnieken... het klinkt heel nuttig allemaal. Maar is het niet vooral léuk om met een groep lotgenoten in een hotel te zitten en elkaar te leren kennen? “Het sociale element is inderdaad heel belangrijk”, zegt Hertz. “Want beginnende aio’s voelen zich vaak wat verloren. Ze lopen tegen allerlei dingen aan en denken dat zij de enige met die problemen zijn. Op de cursus ontdekken ze: ‘o, het hoort bij het proces. Ik ben niet gek.’”

Uit: Ad Valvas, de universiteitskrant van de Vrije Universiteit

(Informatie over de cursussen vind je elders op deze site).
leegtrans

linkedin logo 

twitter logo